Heeft u grond of een gebouw langs een waterloop? Dan gelden er regels over afstanden, afsluitingen, beplanting en het onttrekken van water.
Afstandsregels langs een waterloop (erfdienstbaarheidszone)
De eigenaars en gebruikers van de gronden die aan de waterloop palen, zijn verplicht doorgang te verlenen voor het uitvoeren van de werken. Zij moeten, zonder recht op vergoeding, de maai- en ruimspecie op hun gronden aanvaarden.
De oeverzones zijn noodzakelijk om onderhoud en werken aan waterlopen te kunnen uitvoeren. Zij hebben een belangrijke bufferende werking en beschermen tegen erosie.
Vijfmeterstrook
- Het Decreet Integraal Waterbeleid bepaalt dat binnen een strook van 5 m van de kruin van een waterloop geen gebouwen of constructies mogen opgericht worden. Ook bemesting is verboden binnen de vijfmeterzone, behalve door graasvee.
- Om het machinale onderhoud van de waterloop met een kraan te kunnen uitvoeren, moet minstens een strook van 5 m, gemeten vanaf de kruin van de oever, vrij blijven van beplanting, bebouwing, constructies, stapeling of ophoging.
- Plaats bij voorkeur geen dwarsafsluitingen. Afsluitingen dwars op de waterloop moeten voorzien zijn van een opening van minimum 5 m, of van een makkelijk te openen of te verplaatsen toegang.
- De waterbeheerder mag in deze vijfmeterstrook het maaisel en slib deponeren. Dit geeft geen recht op schadevergoeding.
Eenmeterstrook
- Grondbewerkingen zoals ploegen, zaaien en sleuven trekken zijn verboden.
- Het gebruik van pesticiden is verboden.
Afsluitingen
Afsluitingen evenwijdig met de waterloop kunnen, op voorwaarde dat ze op een afstand van 0,75 m tot 1 m van de taludinsteek van de waterloop staan. De afsluiting mag ook niet hoger zijn dan 1,5 m, zodat de kraan er overheen kan werken.
Bomen en struiken
Bomen en struiken langs de waterloop dienen op minimum 10 m van elkaar te staan, rekening houdend met hun toekomstig volume, zodat de zwenkarm van de kraan ertussendoor kan werken. Hetzelfde geldt voor haagaanplanting: die moet door de eigenaar teruggesnoeid worden tot op de toegestane afmetingen.
Wateronttrekking met melding
Wie water wil onttrekken uit een bevaarbare of onbevaarbare waterloop of een publieke gracht, moet dit online melden via het e-loket wateronttrekking.
Om water te onttrekken uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten is een onttrekkingsticket vereist. De aanvraag moet het mogelijk maken betere waterbalansen op te maken en na te gaan of de waterbeschikbaarheid en de onttrekkingen niet uit evenwicht zijn. Het e-loket maakt gebruik van het toegangs- en gebruikersbeheer van de Vlaamse Overheid, zodat de nodige veiligheid gegarandeerd wordt.
Meer informatie:
- Watercaptatie of wateronttrekking uit een waterloop
- Melding voor het onttrekken van water uit een onbevaarbare waterloop
- Machtiging voor het onttrekken van water uit een onbevaarbare waterloop
Wateronttrekking zonder melding
Er is geen melding nodig voor:
- weidepompen om dieren te drenken
- het vullen van spuittoestellen om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, op voorwaarde dat de gebruiker zo te werk gaat dat er geen risico op puntverontreiniging is
- het vullen van een water- of aalton van maximaal 10 m³
- zonnepompen voor weidevogels en pompen voor veedrinkpoelen
Tijdelijke of permanente onttrekkingsbeperking of -verbod
De gouverneur kan een tijdelijke of permanente onttrekkingsbeperking of een verbod instellen. De verboden worden vermeld in het e-loket. Heeft u een onttrekkingsticket op het moment dat een verbod ingesteld wordt, dan wordt u hierover geinformeerd.
Waterkwaliteit
Het bekomen van een onttrekkingsticket biedt geen garanties over de kwaliteit van het water. U moet er steeds zelf voor zorgen dat het onttrokken water alleen wordt aangewend voor toepassingen waarvoor dat toegestaan is.
Machtiging voor werken aan of over de waterloop
Een machtiging aanvragen kan op twee manieren.
Samen met een aanvraag voor een omgevingsvergunning
Heeft u een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig, dan voegt u de aanvraag voor de machtiging en de gevraagde bijlagen toe aan uw omgevingsvergunningsaanvraag, in het onderdeel “Hemel- en oppervlaktewater”. Beide aanvragen worden dan samen behandeld. Krijgt uw dossier een gunstig advies en wordt de omgevingsvergunning verleend, dan geldt dat gunstig advies, met de van toepassing zijnde voorwaarden, als machtiging.
Via een aparte procedure rechtstreeks bij de polder
Kiest u niet voor de combinatie van beide aanvragen, dan bezorgt u de aanvraag en de gevraagde bijlagen digitaal aan de polder. Het polderbestuur behandelt uw aanvraag.
Naar het aanvraagformulier voor een machtiging
Uitvoering van de werken
Kreeg u een machtiging, dan moet u de polder laten weten wanneer u met de werken begint. De polder controleert de uitvoering. Uw machtiging vervalt als u de werken niet uitvoert binnen een periode van 2 jaar. Als eigenaar moet u de werken zelf in goede staat houden.
Door bepaalde werken aan de waterloop kunt u als eigenaar de afmetingen van de bedding wijzigen, bijvoorbeeld bij sommige oeverversterkingswerken of bij het verplaatsen van een waterloop. Voert u dit soort werken uit, dan stelt de polder als voorwaarde in de machtiging dat u de waterloop na de werken moet opmeten in een zogenaamd as-builtplan.
Afval
De laatste jaren stellen wij vast dat door snoeiwerken, maaiwerken en dergelijke takken, groenafval, tuinafval en plastic zakken met allerlei inhoud in de waterlopen terechtkomen. Worden ze niet verwijderd, dan gaan ze mee met de stroming en komen ze voor duikers of roosters vast te zitten. Dat belemmert de waterafvoer, en het afval kan zelfs in de duikers blijven steken waardoor het moeilijk wordt de duiker vrij te maken.
Wij verzoeken de ingelanden de nodige aandacht te besteden aan het voorkomen van dergelijke verstoppingen: verwijder al het afval na de werken, of deponeer het niet in de waterlopen.